| 1 april
|
| == Conias==
Kweker: Kuniyasu Hiroi
Farm: Hiroi, yorijo koifarm
Plaats: Koguriyama, Ojiya, Niigata (prefectuur)
Voornaamste kweek: Go-Sanke, Goshiki, Doitsu-Ochiba Shigure, goshiki en Kigoi
Faciliteiten: 100,000m²
Website: http://www.yozen-hiroi.com/en/index.html
Informatie
De eigenaar van deze farm Kuniyasu Hiroi, kweekt vele varieteiten voor de verkoop. Maar je komt er ook unieke exemplaren tegen, zoals bv, een enorme Kigoi en Asagi, maar ook Kumonryu en Showa.
Op het buiten terrein zijn overal koi bakken te vinden en vijvers, en in het koihuis zelf bevinden zich de Tosai. Mocht je er komen en de Tosai zijn net uit de mudpounds gehaald zal je deze niet kunnen kopen, omdat ze zoals Hiroi zelf zegt eerst moeten aclimatiseren en wennen aan de beperkte ruimte van een vijver. Omdat er dan nog uitval kan zijn en ze niet safe kunnen worden verscheept, verkoopt hij ze niet. Dit siert de man dat hij zo eerlijk is.
Er zijn hier ook hoge kwaliteit showa te vinden maar zeker ook zijn Goshiki, waar hij nu beroemd voor is.
Deze farm staat onder verschillende namen bekend zoals, Yozaimon, Yozen en meer recent als "Conias", dit is een afkorting van Koniyasu.
Kuniyasu Hiroi is dus bij ons beter bekend onder de naam "Conias", en bestaat al meer dan 75 jaar. Hiroi wordt bij het runnen van zijn farm bijgestaan door beide zonen.
Conias is een grote kweker, die jaarlijks ongeveer 40.000 koi kweekt uit 80 ouderdieren.
De koi van Conias zijn ondanks de grootte van zijn farm van hoge tot zeer hoge kwaliteit. Conias is vooral erg bekend om zijn Showa en Gin-Rin Showa. Bij deze kweker vindt men schitterende klassieke Showa met een zeer diep sumi en sterk hi. Tevens is Conias een zeer goede kweker voor Goshiki en Doitsu-Ochiba-Shigure. Naast deze varieteiten is Conias ook erg bekend om zijn hoge kwaliteit Kigoi met diepgele pigmentatie.
Naast de genoemde varieteiten vind je eigenlijk van alles wel wat bij Conias, zoals Kujaku, Goromo, Kumonryu, Chagoi, platina-ogon, enz.
Conias is in ieder geval een van de topkwekers uit het Niigata gebied en heeft inmiddels al vele prijzen op zijn naam staan. Conias werkt nauw samen met zijn broer die in Isawa woont.
|
|
|
|
|
|
|
| 4 april
|
Koromo - (Ko-Row-Mo)
Koromo betekent "gewaad" in het Japans en beschrijft een groep van Koi waarvan de rustige elegantie in de gunst valt bij kenners, ook al is deze variëteit pas beschikbaar vanaf de vroege jaren 1950. Koromo zijn kruisingen van diverse Koi; het eerste voorbeeld was het gevolg van een paai tussen een mannelijke Kohaku en een vrouwelijke Narumi Asagi. De collectieve naam "Koromo" omvat verschillende soorten, de bekendste is Ai Goromo.
Jury criteria[1]
De witte basiskleur van een Koromo moet zuiver zijn zonder verkleuringen. Het patroon moet een mooi duidelijk verfijnd netpatroon zijn wat mooi over het Kohaku patroon heen ligt en er niet buiten valt. Verder is het een pluspunt als de Ai-Goromo een kleine losstaande niet gecentreerde markering op het hoofd heeft. Geen markering op het hoofd bij de Budo Goromo.
Terminologie[1]
Ai: Indigo blauw
Budo: Druiven
Bronnen
|
|
|
|
| 5 april
|
Er is nog geen uitgelicht artikel voor deze dag of week. U wordt uitgenodigd om op bewerk te klikken om een artikel toe te voegen.
|
|
|
|
|
| 6 april
|
Witte Stip (Ichthyophtirius multifiliis)
Witte Stip is een protozo of oerdiertje.
Een protozo wordt ingedeeld in het rijk van Eukaryote eencelligen, de protistenis. Een protozo is ééncellig, dierlijk en beweegt meestal. Costia valt in de categorie Flagellaten. Een flaggellaat is een zweepdiertje met als kenmerken een boonvormige vorm met zweepdraden voor voortbeweging, vasthechting en voedselopname. Costia kent twee “families”, Ichtyobodo necatrix en Ichtyobodo pyriformis. Ichtyobodo necatrix komt veel vaker voor dan Ichtyobodo pyriformis. Het onderscheid tussen de twee families is echter niet zo van belang, daar de uiterlijke kenmerken en de bestrijding vrijwel gelijk zijn. Costia is een van de kleinste protozoa die onze Koi het leven zuur kunnen maken. De protozo beweegt zich ten opzichte van de meeste protozoën snel voort, hierbij voortdurend om de eigen as draaiend. Naast het vrij zwemmende stadium, kent Costia ook een stadium waarin het zich vasthecht op de vis. De Flaggellaat is moeilijk te ontdekken onder de microscoop en wordt derhalve vaak over het hoofd gezien door beginnende hobbyisten. Een erg vervelende parasiet die veel schade en sterfte kan toebrengen.
Wie
Zoetwatervissen (de zoutwatervariant heet cryptocarioniasis).
Cyclus
De zichtbare witte stip is het volwassen stadium van de parasiet die in de huid is gedrongen. De protozo kapselt zich in en vormt een cyste. De parasiet die Witte Stip veroorzaakt kun je niet met het blote oog zien. Wat je ziet zijn huidwoekeringen rond de ingekapselde protozo. Witte stip is dus eigenlijk de naam van het verschijnsel, niet van de parasiet (Ichthyophtirius multifiliis) zelf. De ingekapselde volwassen witte stip verlaat na rijping de vis en deelt zich tot vier keer waarna de delen zich inkapselen. In deze cystes ontwikkelen zich in ongeveer 24 uur enkele honderden dochtercellen (sporen, theronten) die na openbarsting uitzwemmen op zoek naar een nieuwe gastheer waar ze zich in de huid inboren.
Lees meer
|
|
|
|
| 7 april
|
| ==Trichodina==
Trichodina is een ééncellige flagellaat die veelvuldig vijvervissen zoals Koi en goudvissen parasiteert. Het is een schotelvormige parasiet met trilhaartjes (cilia) om zich te kunnen verplaatsen. Deze parasiet is enkel met een (goede) microscoop zichtbaar. Hij is gemiddeld 70 µm groot.
Trichodina vinden we terug op het lichaam en op de kieuwen waardoor de Koi moeilijkheden hebben om te ademen, daarom is bij een Trichodina uitbraak extra beluchting aan te raden.
Trichodinaparasieten planten zich voor d.m.v. celdeling, daardoor kan een plotse explosie van parasieten plaatsvinden. Ze vermenigvuldigen zich tussen de 4°C en 30°C, we komen deze parasiet dus gedurende het hele jaar tegen.
Ziekteverschijnselen
Als reactie op het gekietel van de parasiet produceert de Koi een extra dikke slijmlaag, maar dat vindt deze parasiet juist leuk omdat hij nog wat extra voeding en plaats krijgt. Op gezonde Koi kunnen we Trichodina parasieten tegenkomen, maar dat is niet zo erg. Pas als de Koi verzwakt is (andere parasieten, slechte waterkwaliteit, lage temperaturen) beginnen ze gevaarlijk te worden. Meestal treffen we bij Trichodina ook secundaire infecties aan zoals schimmels, gatenziekte, enz. De Koi springen (uit het water, wat soms slecht kan aflopen), flitsen of schuren. Bij een erge infectie stoppen de Koi met eten en hangen de vissen aan het oppervlak of aan de wateraanvoer. Wanneer de infectie dit stadium bereikt heeft, is het meestal al te laat en is de kans op overleving meestal klein.
De behandeling gebeurt vaak met kaliumpermanganaat (KMnO4), dit is een oxiderend(e) poeder/vloeistof. Ook kan men het water behandelen met malachietgroen, methyleenblauw of FMC. Tegen deze 3 laatste behandelingen hebben trichodina-parasieten een zekere resistentie opgebouwd door het veelvuldig toepassen. Tegen kaliumpermanganaat kan geen weerstand worden opgebouwd. Het is echter geadviseerd om een Koidokter of ervaren Koidealer raad te plegen die over genoeg kennis beschikt vooraleer zelf een behandeling toe te passen.
Trichodinella
Trichodina heeft ook een kleinere broer, Trichodinella. Deze parasiet is kleiner en hardnekkiger dan Trichodina.
|
|
|
|
| 8 april
|
Bewegend Bed filter
Een bewegend bed (BWB) is een filterkamer gevuld met Kaldnes of een kloon daarvan. Door middel van een luchtpomp wordt het Kaldnes continue in beweging gehouden. De nitrificerende bacteriën die op de Kaldnes gaan groeien, zorgen voor de afbraak van ammonium en nitriet. Een bewegend bed filter is een biologisch filter (afbreken van afvalstoffen met behulp van bacteriën).
|
|
|
|
| 9 april
|
Bewegend Bed filter
Een bewegend bed (BWB) is een filterkamer gevuld met Kaldnes of een kloon daarvan. Door middel van een luchtpomp wordt het Kaldnes continue in beweging gehouden. De nitrificerende bacteriën die op de Kaldnes gaan groeien, zorgen voor de afbraak van ammonium en nitriet. Een bewegend bed filter is een biologisch filter (afbreken van afvalstoffen met behulp van bacteriën).
|
|
|
|
| 10 april
|
Bewegend Bed filter
Een bewegend bed (BWB) is een filterkamer gevuld met Kaldnes of een kloon daarvan. Door middel van een luchtpomp wordt het Kaldnes continue in beweging gehouden. De nitrificerende bacteriën die op de Kaldnes gaan groeien, zorgen voor de afbraak van ammonium en nitriet. Een bewegend bed filter is een biologisch filter (afbreken van afvalstoffen met behulp van bacteriën).
|
|
|
|
| 11 april
|
Er is nog geen uitgelicht artikel voor deze dag of week. U wordt uitgenodigd om op bewerk te klikken om een artikel toe te voegen.
|
|
|
|
|
| 12 april
|
Statisch Bed
Een statisch bed (SB) is een filterkamer, gevuld met filtermedium (Kaldnes of een kloon daarvan) welke tijdens het in bedrijf zijn, niet beweegt (statisch). Het water moet door de compacte massa filtermedium heen en het zweefvuil blijft achter.
Door het filtermedium met een luchtpomp in beweging te brengen kan het statisch bed worden gereinigd. Het vuil laat los en kan met het vuile water worden afgevoerd. Een statisch bed is een mechanisch filter.
|
|
|
|
| 13 april
|
Statisch Bed
Een statisch bed (SB) is een filterkamer, gevuld met filtermedium (Kaldnes of een kloon daarvan) welke tijdens het in bedrijf zijn, niet beweegt (statisch). Het water moet door de compacte massa filtermedium heen en het zweefvuil blijft achter.
Door het filtermedium met een luchtpomp in beweging te brengen kan het statisch bed worden gereinigd. Het vuil laat los en kan met het vuile water worden afgevoerd. Een statisch bed is een mechanisch filter.
|
|
|
|
| 14 april
|
Er is nog geen uitgelicht artikel voor deze dag of week. U wordt uitgenodigd om op bewerk te klikken om een artikel toe te voegen.
|
|
|
|
|
| 15 april
|
Kohaku - (Ko-Haw-Koo)
De Kohaku is een tweekleurige Koi: een witte Koi met een rood patroon.
Het wit, Shiroji, moet sneeuwwit zijn en het rood, Hi, moet egaal van kleur zijn. Het rode patroon moet, mooi verdeeld over het lichaam, als een dikke rode deken op het wit liggen, met een scherpe begrenzing aan de achterzijde van iedere rode vlek.
Deze rand, waar de rode schub over de witte schub ligt, wordt Kiwa genoemd.
De rand aan de voorzijde, waar de witte schub over de rode ligt, heet Sashi en is minder scherp afgetekend, omdat hier het rood van de onderliggende schub een beetje door het wit schijnt.
Subvariëteiten
MARUTEN KOHAKU
Dit is een Kohaku die een ronde Hi vlek op zijn kop heeft en voor de rest op zijn lichaam het normale Hi patroon. Bij de bepaling van het aantal "stappen" mag de vlek op de kop meegeteld worden als 1 stap.
IPPON HI KOHAKU
Dit is een Kohaku waarvan het patroon uit 1 stuk bestaat van kop tot staart.
NIDAN KOHAKU
Dit is een Kohaku waarbij het Hi patroon uit 2 delen bestaat. Dit wordt wel een 2-staps Kohaku genoemd.
SANDAN KOKAKU
Dit is een Kohaku waarbij het Hi patroon uit 3 delen bestaat. Dit wordt wel een 3-staps Kokahu genoemd.
Lees meer
|
|
|
|
| 16 april
|
Sanke - (Son-Kay)
Een Sanke is een driekleurige Koi: een witte Koi met een rood en zwart patroon. Andere veel gebruikte namen zijn Taisho Sanshoku of Taisho Sanke. Taisho is de naam van de periode, waarin deze Koi bekendheid verwierf.
Hij lijkt het meest op een Kohaku met enkele zwarte vlekken, Sumi. De zwarte vlekken kunnen zowel op het rood als op het wit voor komen.
Het Sumi mag niet onder de zijlijn voorkomen en ook niet op het hoofd. Op de borstvinnen en de staartvin mag een enkele zwarte vinstraal voorkomen.
De eisen, die we aan het rood en wit van een Sanke stellen, zijn hetzelfde als de eisen, die we aan een Kohaku stellen. Bovendien hebben we nog te maken met een derde kleur: zwart.
Het zwart moet zeer fel zijn, net als lak. Dit wordt meer gewaardeerd dan dof zwart.
De verschillende benamingen komen overeen met die van de Kohaku. Dus ook hier kennen we een Maruten Sanke (een aparte kopvlek) of een Sandan Sanke.
Subvariëteiten
MARUTEN SANKE
Deze Sanke heeft naast het normale Kohaku patroon een Hi stip op de kop.
AKA SANKE
Dit is een Sanke met 1 Hi patroon dat vanaf zijn kop tot aan zijn staart loopt. Over dit Hi patroon zit een aantal gelijkmatig verdeelde Sumi vlekken.
Lees meer
|
|
|
|
| 17 april
|
Showa - (Sho-Ah)
Een Koi met een zwarte basiskleur en rode en witte patronen en zwart en of wit en of rode patronen op het hoofd (vaak met ronde zwarte patronen op de borstvinnen).
Jury criteria
Kleur: De basiskleur zwart moet blauw/zwart zijn en het Sumi op het hoofd moet sterk zijn. Grijzig of dun Sumi wordt niet gewaardeerd.
Kleur van het patroon.
Het Hi (rood) moet sterk zijn op het hoofd om het krachtige Sumi tegenwicht te geven. Het wit moet helder zijn met een hoge mate van glans. Het Sumi, Hi en wit moeten duidelijk gedefinieerd zijn. De Hi patronen moeten, net als bij Sanke, overeenkomen met een goede Kohaku. Losse spots Hi op het lichaam en Hi in de vinnen worden als sterke minpunten gezien.
Patroon: De Sumi patronen moeten over het hele lichaam aanwezig zijn en moeten eruit zien alsof het Sumi als bergtoppen van onder de buik omhoog komen. Een Menware patroon op het hoofd (een Y-vormig patroon dat het hoofdpatroon in tweeën deelt) is een vaak gezien en zeer gewild effect. Kleine witte patronen die een balans creëren zijn zeer gewenst. De zwarte aanzet in de borstvinnen (Motoguro) wordt uitermate geapprecieerd. Als er geen Sumi op het hoofd voorkomt of als het Motoguro (zwarte vinaanzet) te streperig is of als er geen wit of Hi op het hoofd voorkomt, wordt dit gezien als een minpunt. Een bekend verschijnsel zijn kleine wazige plekjes in het sumipatroon. Deze zijn uiteraard geen pluspunt. Een te grote sumivlek kan het patroon van de vis uit balans brengen.
Lees meer
|
|
|
|
| 18 april
|
Tancho - (tahn-CHOH)
Een Koi variëteit met een enkele ronde of ovale Hi markering op het hoofd en verder nergens anders.
Jury criteria[1]
Kleur: Het hoofd moet smetteloos wit zijn en de Hi vlek moet egaal van kleur zijn. Indien het Hi een wat doffe kleur heeft geldt dit als een minpunt. Ook vlekjes in het wit (shiroji) zijn uit den boze. Vaak zijn er wat gelige of bruine verkleuringen aan de rand van de Tancho spot. Vaak komen deze omdat deze Koi een chirurgische ingreep hebben gehad waarbij de Tancho spot mooi rond is gesneden. Met de tijd kan er dan wat bruin of geel verkleuring terug komen.
Patroon: Het patroon behoort zo rond mogelijk te zijn. Daarnaast moet het, het liefst zo groot mogelijk zijn (maar wel in verhouding tot het hoofd) en precies tussen de ogen liggen, waarbij het niet een of beide ogen mag overlappen. De afscheiding tussen het rood en het wit hoort scherp te zijn. Bovendien hoort de Tancho spot op het hoofd te liggen. Indien het Hi over de eerste schubben van de rug loopt, is er geen sprake meer van een Tancho, maar van een "slechte” Kohaku.
Natuurlijk gelden deze regels ook voor Tancho Sanke en Tancho Showa, met dien verstande dat het Sumi voldoet aan de Sumi eigenschappen van de desbetreffende variëteit.
Terminologie[1]
Hato Tancho: Hi markering op het hoofd in de vorm van een hart.
Hinomaru: Ronde Hi markering op het hoofd.
Kakutan: vierkante Hi markering op het hoofd.
Umebachi: Hi markering op het hoofd in de vorm van een pruim.
Bron
|
|
|
|
| 19 april
|
| Kohaku
De kohaku is een tweekleurige Koi: een witte Koi met een rood patroon.
Het wit, Shiroji, moet sneeuwwit zijn en het rood, Hi, moet egaal van kleur zijn. Het rode patroon moet, mooi verdeeld over het lichaam, als een dikke rode deken op het wit liggen, met een scherpe begrenzing aan de achterzijde van iedere rode vlek.
Deze rand, waar de rode schub over de witte schub ligt, wordt Kiwa genoemd.
De rand aan de voorzijde, waar de witte schub over de rode ligt, heet Sashi en is minder scherp afgetekend, omdat hier het rood van de onderliggende schub een beetje door het wit schijnt.
(lees verder)
|
|
|
|
| 20 april
|
| Sanke of wel Taisho Sanshoku
Een Sanke is een driekleurige Koi: een witte Koi met een rood en zwart patroon. Andere veel gebruikte namen zijn Taisho Sanshoku of Taisho Sanke. Taisho is de naam van de periode, waarin deze Koi bekendheid verwierf.
Hij lijkt het meest op een Kohaku met enkele zwarte vlekken, Sumi. De zwarte vlekken kunnen zowel op het rood als op het wit voor komen.
Het Sumi mag niet onder de zijlijn voorkomen en ook niet op het hoofd. Op de borstvinnen en de staartvin mag een enkele zwarte vinstraal voorkomen.
De eisen, die we aan het rood en wit van een Sanke stellen, zijn hetzelfde als de eisen, die we aan een Kohaku stellen. Bovendien hebben we nog te maken met een derde kleur: zwart.
(lees verder)
|
|
|
|
| 21 april
|
| Kohaku
De kohaku is een tweekleurige Koi: een witte Koi met een rood patroon.
Het wit, Shiroji, moet sneeuwwit zijn en het rood, Hi, moet egaal van kleur zijn. Het rode patroon moet, mooi verdeeld over het lichaam, als een dikke rode deken op het wit liggen, met een scherpe begrenzing aan de achterzijde van iedere rode vlek.
Deze rand, waar de rode schub over de witte schub ligt, wordt Kiwa genoemd.
De rand aan de voorzijde, waar de witte schub over de rode ligt, heet Sashi en is minder scherp afgetekend, omdat hier het rood van de onderliggende schub een beetje door het wit schijnt.
(lees verder)
|
|
|
|
| 22 april
|
| Asagi
De Asagi is een Koi die in vijvers gehouden wordt. Het gaat hier om een lichtblauwe of blauwgrijze Koi met een rode kleuring, die vanaf de buik tot hoog aan de zijkant kan doorlopen. Ook op de borstvinnen en rugvin kunnen we het Hi (rood) terug vinden.
De zijkant van het hoofd is ook vaak rood. Voor de rest is het hoofd zuiver zijn en kan geen verkleuringen hebben.
De rode kleur moet gelijkmatig over beide zijden van de Asagi verdeeld zijn en vanaf de kop tot aan de staart.
De meest opvallende uiterlijke eigenschap is het netpatroon, dat ontstaat door de lichtblauwe of witte omzoming van iedere afzonderlijke donkere schub.
(lees verder)
|
|
|
|
| 23 april
|
Utsurimono - (Oot-Sir-Ee-Moe-No)
De Utsurimono heeft een zwarte basis met afhankelijk van zijn subvariëteit een witte, rode of gele kleur.
De Utsurimono en de Bekko worden door sommige aangezien als een en de zelfde groep dit is FOUT.
Simpel uitgelegd, de Utsurimono is een koi met als basis zwart met rood, wit of gele vlekken.
De Bekko heeft in plaats van een zwarte basis een witte basis.
Tevens zal een goede Bekko nooit vlekken op het hoofd hebben en bij een Utsurimono mag dit wel, sterker nog is dit een vereiste.
Een aantal kwekers van de Utsurimono zijn: Otsuka, Ogata, Kaneko en Omosako.
Subvariëteiten
Shiro-, Hi-, Ki- Utsurimono
Shiro Utsuri
Een zwarte Koi met witte patronen.
Hi Utsuri
Een zwarte Koi met rode patronen.
Ki Utsuri
Een zwarte Koi met gele patronen.
Lees meer
|
|
|
|
| 24 april
|
Bekko - (Bek-Ho)
Ongeveer 30 jaar geleden, toen het houden van Koi bekend werd buiten Japan, was de Bekko variëteit in de mode, maar zoals bij de meeste rages is de populariteit van deze Koi in de loop van de tijd verminderd. Vandaag de dag is de variëteit behoorlijk ondervertegenwoordigd bij de meeste shows.
De Bekko is net als de Utsurimono een tweekleurige vis. Hier is echter niet zwart maar wit de basis. Het is dus een witte vis met zwarte vlekken. Als een Shiro Utsuri een Showa is zonder rood dan is een Bekko een Sanke zonder rood. De Bekko lijkt veel op de Shiro Utsuri. Het verschil is hetzelfde als bij Sanke en Showa. Net als bij Utsurimono komen er Bekko voor die in plaats van wit: rood of geel hebben. De rode heet niet Hi Bekko, zoals u misschien zou denken, maar Aka Bekko. Aka is meestal het woord voor rood, als rood de basiskleur is. De gele variant heet gewoon Ki Bekko.
De Ki Bekko en de Aka Bekko zijn heel oude kweekproducten en zijn, net als de Ki Utsuri in onbruik geraakt. Het gevolg is dat u ze vrijwel niet meer tegenkomt. De Aka Bekko is nog wel te vinden maar de Ki Bekko is echt een ‘plaatjeskoi’ die je alleen in boeken tegenkomt. In feite is deze Koi ook praktisch uitgestorven. Af en toe duiken er spontaan exemplaren op in een kweek van een andere variëteit.
De meer voorkomende Shiro Bekko is pas later ontwikkeld en wel in de jaren twintig van de vorige eeuw: de Taisho periode. U zult niet worden doodgegooid met Bekko. Een echt mooie Bekko kom je maar heel zelden tegen. Dat komt onder meer omdat de Shiro Bekko niet speciaal wordt gekweekt. Het is een bijproduct van de Sanke. De Bekko die u gewoonlijk tegenkomt zijn dus gewoon Sanke die geen rood hebben. Negen van de tien Bekko hebben een vuilgele kop. Dat haalt veel weg van de charme die deze vis kan hebben.
Dat geel wordt bij de Sanke en ook de Kohaku verborgen door de rode kleur die per definitie op de kop moet voorkomen. Net als bij Sanke komt er bij Bekko ook de Tejima voor. Dat zijn de zwarte streepjes in de borstvinnen. Zo’n Bekko heeft, net als een dergelijke Sanke, letterlijk een streepje voor. Een Bekko is, om een of andere reden, vaak ook wat mager.
Het zwart is bij voorkeur niet al te zwaar aanwezig.
Lees meer
|
|
|
|
| 25 april
|
Asagi - (Ah-Sog-Ee)
De Asagi is een Koi die in vijvers gehouden wordt. Het gaat hier om een lichtblauwe of blauwgrijze Koi met een rode kleuring, die vanaf de buik tot hoog aan de zijkant kan doorlopen. Ook op de borstvinnen en rugvin kunnen we het Hi (rood) terug vinden.
De zijkant van het hoofd is ook vaak rood. Voor de rest is het hoofd zuiver zijn en kan geen verkleuringen hebben.
De rode kleur moet gelijkmatig over beide zijden van de Asagi verdeeld zijn en vanaf de kop tot aan de staart.
De meest opvallende uiterlijke eigenschap is het netpatroon, dat ontstaat door de lichtblauwe of witte omzoming van iedere afzonderlijke donkere schub.
Subvariëteiten
Naast de gewone Asagi kennen we ook nog de Hi Asagi, waarbij het rood duidelijk overheerst, maar het netpatroon duidelijk aanwezig blijft.
De Narumi Asagi is lichter van kleur en bij de Mizu Asagi is het rood praktisch niet aanwezig. Tevens bestaat er ook nog een Konjo Asagi, een zeer donkere Asagi, dit is de voorouder van de Asagi en het merendeel van de bestaande Koi-varianten en stamt af van de Magoi (zwarte oerkarper).
De Konjo Asagi is als siervis echter niet gewild en wordt gebruikt voor consumptie als deze toch tevoorschijn komt tijdens de kweek.
Zoals bij bijna elke Koi-variëteit, bestaat er van de Asagi ook een Doitsu-vorm, Shusui genaamd. Alhoewel deze variëteit minder overeenkomsten vertoont met de Asagi dan bijvoorbeeld een Doitsu Showa en een gewone Showa, stamt deze toch af van de Asagi.
Lees meer
|
|
|
|
| 26 april
|
| ==Japanse Termen==
In de Koi hobby worden vrij veel Japanse termen gebruikt. Deze termen zijn niet voor iedereen even duidelijk. Vooral een beginner heeft vaak moeite om te begrijpen wat met een bepaalde term/woord bedoeld wordt.
Om dit voor iedereen makkelijker te maken, kun je hieronder een aantal termen vinden. Natuurlijk staan hier lang niet alle termen bij. Uitbreiding is dan vanzelfsprekend.
A
| TERM
|
BETEKENIS
|
| AGO HI |
Rode tekening op de kaken van Asagi en Shusui
|
| AGO SUMI |
Sumi op kieuwdeksels
|
| AI |
Blauw
|
| AI-GOROMO |
Gekleed in het blauw
|
| AKA |
Rood
|
| AKA HANA |
Rode neus
|
| AKAME |
Rode ogen
|
| ATARASHI SUMI |
Nieuw Sumi (grote zwarte Sumi patronen op Sanke met zelfde glans als de kleine Sumi vlekken)
|
| ATO-SUMI |
Zwarte vlekken die niet vanaf het begin aanwezig zijn
|
(lees verder)
|
|
|
|
| 27 april
|
|
Showa - (Sho-Ah)
Een Koi met een zwarte basiskleur en rode en witte patronen en zwart en of wit en of rode patronen op het hoofd (vaak met ronde zwarte patronen op de borstvinnen).
Jury criteria
Kleur: De basiskleur zwart moet blauw/zwart zijn en het Sumi op het hoofd moet sterk zijn. Grijzig of dun Sumi wordt niet gewaardeerd.
Kleur van het patroon.
Het Hi (rood) moet sterk zijn op het hoofd om het krachtige Sumi tegenwicht te geven. Het wit moet helder zijn met een hoge mate van glans. Het Sumi, Hi en wit moeten duidelijk gedefinieerd zijn. De Hi patronen moeten, net als bij Sanke, overeenkomen met een goede Kohaku. Losse spots Hi op het lichaam en Hi in de vinnen worden als sterke minpunten gezien.
Patroon: De Sumi patronen moeten over het hele lichaam aanwezig zijn en moeten eruit zien alsof het Sumi als bergtoppen van onder de buik omhoog komen. Een Menware patroon op het hoofd (een Y-vormig patroon dat het hoofdpatroon in tweeën deelt) is een vaak gezien en zeer gewild effect. Kleine witte patronen die een balans creëren zijn zeer gewenst. De zwarte aanzet in de borstvinnen (Motoguro) wordt uitermate geapprecieerd. Als er geen Sumi op het hoofd voorkomt of als het Motoguro (zwarte vinaanzet) te streperig is of als er geen wit of Hi op het hoofd voorkomt, wordt dit gezien als een minpunt. Een bekend verschijnsel zijn kleine wazige plekjes in het sumipatroon. Deze zijn uiteraard geen pluspunt. Een te grote sumivlek kan het patroon van de vis uit balans brengen.
Lees meer...
|
|
|
|
|
|
|
| 30 april
|
| Sanke - (Son-Kay)
Een Sanke is een driekleurige Koi: een witte Koi met een rood en zwart patroon. Andere veel gebruikte namen zijn Taisho Sanshoku of Taisho Sanke. Taisho is de naam van de periode, waarin deze Koi bekendheid verwierf.
Hij lijkt het meest op een Kohaku met enkele zwarte vlekken, Sumi. De zwarte vlekken kunnen zowel op het rood als op het wit voor komen.
Het Sumi mag niet onder de zijlijn voorkomen en ook niet op het hoofd. Op de borstvinnen en de staartvin mag een enkele zwarte vinstraal voorkomen.
De eisen, die we aan het rood en wit van een Sanke stellen, zijn hetzelfde als de eisen, die we aan een Kohaku stellen. Bovendien hebben we nog te maken met een derde kleur: zwart.
(lees verder)
|
|
|
|