Bekko

Uit KOIpedia
Ga naar: navigatie, zoeken


Shiro Bekko
Aka Bekko
Ki Bekko

Bekko - (Bek-Ho)[1]

Ongeveer 30 jaar geleden, toen het houden van Koi bekend werd buiten Japan, was de Bekko variëteit in de mode, maar zoals bij de meeste rages is de populariteit van deze Koi in de loop van de tijd verminderd. Vandaag de dag is de variëteit behoorlijk ondervertegenwoordigd bij de meeste shows.

De Bekko is net als de Utsurimono een tweekleurige vis. Hier is echter niet zwart maar wit de basis. Het is dus een witte vis met zwarte vlekken. Als een Shiro Utsuri een Showa is zonder rood dan is een Bekko een Sanke zonder rood. De Bekko lijkt veel op de Shiro Utsuri. Het verschil is hetzelfde als bij Sanke en Showa. Net als bij Utsurimono komen er Bekko voor die in plaats van wit: rood of geel hebben. De rode heet niet Hi Bekko, zoals u misschien zou denken, maar Aka Bekko. Aka is meestal het woord voor rood, als rood de basiskleur is. De gele variant heet gewoon Ki Bekko.

De Ki Bekko en de Aka Bekko zijn heel oude kweekproducten en zijn, net als de Ki Utsuri in onbruik geraakt. Het gevolg is dat u ze vrijwel niet meer tegenkomt. De Aka Bekko is nog wel te vinden maar de Ki Bekko is echt een ‘plaatjeskoi’ die je alleen in boeken tegenkomt. In feite is deze Koi ook praktisch uitgestorven. Af en toe duiken er spontaan exemplaren op in een kweek van een andere variëteit.

De meer voorkomende Shiro Bekko is pas later ontwikkeld en wel in de jaren twintig van de vorige eeuw: de Taisho periode. U zult niet worden doodgegooid met Bekko. Een echt mooie Bekko kom je maar heel zelden tegen. Dat komt onder meer omdat de Shiro Bekko niet speciaal wordt gekweekt. Het is een bijproduct van de Sanke. De Bekko die u gewoonlijk tegenkomt zijn dus gewoon Sanke die geen rood hebben. Negen van de tien Bekko hebben een vuilgele kop. Dat haalt veel weg van de charme die deze vis kan hebben. Dat geel wordt bij de Sanke en ook de Kohaku verborgen door de rode kleur die per definitie op de kop moet voorkomen. Net als bij Sanke komt er bij Bekko ook de Tejima voor. Dat zijn de zwarte streepjes in de borstvinnen. Zo’n Bekko heeft, net als een dergelijke Sanke, letterlijk een streepje voor. Een Bekko is, om een of andere reden, vaak ook wat mager. Het zwart is bij voorkeur niet al te zwaar aanwezig.

Een chique Bekko heeft, net als de Sanke een aantal kleinere, goed verdeelde vlekken, waarvan de eerste netjes op de schouder moet liggen. Ondanks hun betrekkelijke zeldzaamheid zijn Bekko niet bijster populair in de Lage Landen. Dat komt omdat ze eigenlijk alleen maar indruk maken als ze echt perfect zijn. Zelfs de Bekko die op de Koishows verschijnen en die dus het neusje van de zalm zouden moeten zijn, hebben meestal een gelige kop. Hobbyisten die deze variëteit kopen, doen dit vaak omdat ze gewoon alle variëteiten willen bezitten.

De Aka Bekko’s die u zo af en toe tegenkomt, zijn eveneens bijproducten van Sanke. Het zijn Sanke zonder wit en hebben niets te maken met de oervorm, die samen met de Ki Bekko uit een rode Koi werden ontwikkeld. Deze oervorm is in feite uitgestorven. Als u een Aka Bekko wilt kopen, hangt daar meestal een duur prijskaartje aan. Let dan goed op of het lichaam geen kleine witte plekjes vertoont. In dat geval betaalt u (te)veel geld voor een rode (Aka) Sanke. Die zijn er meer dan genoeg. De vinnen mogen daarentegen wel wit bevatten en zullen dat ook vrijwel altijd hebben.


Jury criteria[2]

De basiskleur wit, rood of geel moet puur, helder en solide zijn zonder lichtere plekken. Ook mag het hoofd niet te vele verschillen van kleur ten opzichte van het lichaam. De Sumi patronen moeten net als bij een Sanke een hoge mate van glans hebben. Het Sumi mag bovendien niet op het hoofd voorkomen of vanonder het lichaam omhoog komen. Grijzig of dun Sumi wordt uiteraard niet gewaardeerd. Evenals zwak Hi, Ki of wit met een gebrek aan diepte en glans. Patroon: Sumi patronen moeten boven de lateraallijn aanwezig zijn. Het Sumi patroon moet mooi elegant uitgebalanceerd zijn over het hele lichaam en niet in kleine spetters over de hele vis verspreid zijn. Ook Tejima (zwarte streepjes in de borstvinnen) en Ojima (Sumi in de staartvin) wordt hogelijk gewaardeerd mits het niet te dominant aanwezig zijn.


Bronnen

  1. Auteur: Theo van Bladel
  2. Auteur: Toën Feyen
Persoonlijke instellingen